Feest !



Feest vieren !


Feest! Slingers, ballonnen en taart, cadeaus en muziek. Lekker eten, een goed glas wijn, rond de tafel met mensen die je lief zijn. Feestdagen zijn dagen waar je vol verwachting naar uitkijkt, dagen waar je met plezier op terugkijkt, en waarvan je de herinnering koestert. Dagen die je bewust beleeft. Feesten vieren het leven, omdat het leven het waard is om gevierd te worden.

De kerk is dé plek waar feest wordt gevierd. Dat gebeurt in de kerkdienst, de viering. Veel kerken zijn gebouwd in de vorm van een kruis. ‘Viering’ verwijst naar de naam van het vierkante deel van de kerk, op de kruising van koor en langschip.

De kerk viert feest met Kerst, Pasen en Pinksteren. Het kerstfeest viert de geboorte van Jezus Christus. Het paasfeest gedenkt het lijden, sterven en opstaan van Jezus. En het pinksterfeest is het feest van de heilige Geest. De kerk viert ook feest als een kind wordt gedoopt, als twee mensen een zegen over hun huwelijk vragen, als brood en wijn worden gedeeld. Als iemand is gestorven biedt de kerk een uitvaartdienst om iemand een uitgeleide uit dit leven te geven en troost en bemoediging te bieden aan de nabestaanden.

De feesten van de kerk geven betekenis en diepte aan het leven, en maat en ritme aan het jaar. Het zijn bakens in de tijd. Zo verandert een jaar van 365 gewone dagen in een jaar van gewone én bijzondere dagen en feesten. Om dit te markeren heeft de kerk bepaalde kleuren voor de feesten en voor de periodes in het kerkelijk jaar die aan een feest vooraf gaan. Kleden over de tafel voorin de kerk, de kleding van de voorganger en soms ook bloemen laten deze kleuren zien: wit, groen, paars en rood.

Kerkelijk jaar
Op onze kalender begint het jaar op 1 januari en het eindigt op 31 december. De kerk maakt gebruik van een andere jaarindeling om de christelijke feesten op een goed moment te kunnen vieren. Deze jaarindeling heet het ‘kerkelijk jaar’ (‘of liturgisch jaar’).

Adventstijd
Het kerkelijk jaar begint vier zondagen voor het Kerstfeest. Deze weken heten de ‘adventstijd’. Christenen bereiden zich dan voor op het feest van de geboorte van Jezus Christus.

Paasfeest
Het Paasfeest is het volgende grote feest. Christenen vieren dan de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Aan het Paasfeest gaat een periode van bezinning vooraf die zes weken duurt en ‘lijdenstijd’ of ‘veertigdagentijd’ wordt genoemd. De zondagen worden niet meegeteld voor deze veertig dagen. Op deze zondagen wordt nagedacht over het lijden en sterven van Jezus.

Hemelvaartsdag
Veertig dagen na Pasen is het Hemelvaartsdag. Op deze dag vieren christenen dat Jezus door God is opgenomen in de hemel.

Pinksterfeest
Tien dagen na Hemelvaartsdag viert de kerk het Pinksterfeest. Dit is het feest van het begin van de kerk. Het gaat terug op het moment dat de volgelingen van Jezus de heilige Geest ontvangen en geïnspireerd raken om het werk van Jezus voort te zetten. Hij is daarbij op een nieuwe manier, niet meer aan tijd en plaats gebonden, aanwezig.

Feest van de Drie-eenheid
Op de zondag na Pinksteren wordt het feest van de Drie-eenheid gevierd. Christenen geloven niet in drie goden, maar in één. De ene God is bij mensen in drie verschillende verschijningsvormen aanwezig: als Vader aan wie mensen zich kunnen toevertrouwen, als Jezus die het leven van mensen gedeeld heeft, en als Geest die bron van inspiratie is.

Laatste zondag van het kerkelijk jaar
Het kerkelijk jaar eindigt in november. Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar noemen de mensen in veel gemeenten de namen van de overleden gemeenteleden. In onze gemeente gedenken we in de dienst op oudejaarsavond de mensen die ons in het afgelopen jaar ontvallen zijn. Hun namen worden genoemd, zodat zij niet vergeten worden en een blijvende plek krijgen in onze herinnering.

Jezus Christus
Al deze feesten hebben te maken met het leven, lijden, sterven en opstaan van Jezus Christus, zoals dat te lezen is in de bijbel.

Bijzonder feestadvies !
Een bijzonder feestadvies geeft de schrijver van het bijbelboek Prediker. Hij ziet haarscherp hoe zinloos en verdrietig het leven kan zijn. Juist daarom wijst hij erop hoe belangrijk het is om je zegeningen te tellen en het leven te vieren, als het maar even kan:

'Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.'

Prediker 9:7-9